|
|
|
 Articles and gems - Vrouwen in de natuurwetenschappen
Welkom op deze pagina met feiten en links over de stand van zaken
m.b.t. vrouwen in
de Nederlandse wetenschappen.
Waarom is het een probleem dat Nederland in tegenstelling tot het buitenland
bijna geen vrouwelijke wetenschappers heeft? Omdat het slecht is voor Nederland!
Onderzoek
heeft namelijk uitgewezen dat vrouwelijke en mannelijke wetenschappers even goed werk leveren.
Als je dus bijna alleen maar mannen in dienst hebt, blijf je per definitie onder de maat. Je
hebt dan niet de beste mensen in dienst. De beste 25 vrouwen zijn namelijk even goed
als de beste 25 mannen. Met de 50 beste mannelijke wetenschappers heb je dus minder
kwaliteit in huis dan wanneer je de 25 beste vrouwen en de 25 beste mannen zou hebben.
Duidelijk, toch?
Daar komt bij dat in Nederland ook leeftijdsdiscriminatie - hoewel verboden - nog de gewoonste zaak van de wereld is.
Ook daardoor worden vrouwen vaker getroffen dan mannen. Het leidt er toe dat vrouwen met talent en ambitie - en ook
mannen met talent en ambitie - vaak de benen naar het buitenland nemen. Daar denkt men wat minder 'anal retentive'
en waardeert men talent en ambitie in het algemeen toch al veel meer dan in het restrictieve en conservatieve
Nederland met zijn motto's als "Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg".
Vrouwen die niet naar het buitenland kunnen of willen worden dan genoodzaakt om naar andere wegen te zoeken.
Ze verdwijnen uit het vakgebied, of promoveren, bijvoorbeeld, met vijf, tien of nog meer jaar vertraging alsnog,
financieren dan bijvoorbeeld hun eigen onderzoek maar.
Deze pagina is van start gegaan op 20 mei 2001 en is lange tijd regelmatig aangevuld. De nadruk
ligt op aardwetenschappen (incl. bedrijfsleven). De achtergrond? Angelina Souren was lange
tijd zeer actief binnen NIMF en daarn nog kort bij GAIA.
- Ontwikkelingen in wetenschap en techniek
Wisselstroom (http://www.minocw.nl/bhw/93/index.html) was een
analyse van de bèta-instroom in het wetenschappelijk onderwijs in de
periode 1980-2000. Hierin ook veel aandacht voor de ontwikkelingen bij vrouwen.
- Vrouwen in R&D
EU-rapport: Women in industrial research: a wake-up call for the European industry (pdf-bestand).
- Aspasia
Aspasia is inmiddels afgelopen.
Een veelgehoorde opinie, ook van bijvoorbeeld de AWT, is dat Aspasia een incidentele druppel op de gloeiende plaat is. Aspasia is iets tijdelijks en houdt geen structurele verandering in. Ook kan men hier en daar horen dat NWO binnen het Aspasia-programma niet al te zorgvuldig te werk lijkt te zijn gegaan.
Zie ook dit artikel van Maaike Meijer
(dr. M.J.H. Meijer).
Een probleem met veel NWO programma's is dat er onvoldoende financiële ondersteuning voor de universiteiten tegenover staat. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Vernieuwingsimpuls (die door universiteiten vaak toch als 'meer van het oude' is opgevat), maar ook voor Aspasia.
Zo kondigde de Universiteit Utrecht met veel tamtam aan dat het wel tien Aspasia-plaatsen zou ondersteunen.
Helaas bleek dat wel ten koste te gaan van andere budgetten (zie onder andere een aantal artikelen in het
U-blad die niet meer online staan. Van de 22 aanvragen uit
Utrecht kwam er slechts één uit de exacte hoek.
Stand van zaken:
- Aard- en levenswetenschappen: 10 aanvragen - 2 gehonoreerd.
- Exacte wetenschappen: 3 aanvragen - 1 gehonoreerd.
- Chemische wetenschappen: 2 aanvragen - 2 gehonoreerd.
Totaal aantal aanvragen: 131
Gehonoreerd: 30
Toegekend:
- Gaans, van - UU - Spatial geochemistry of diffuse pollutants and their natural counterparts
in the soil-groundwater system in unconsolidated sedimentary basins
- Govers - LUW - Research investments in Phytophthora infestans: how to get to
know the pathogen?
- Fasolino - KUN - Relationship between microscopic structure and macroscopic
properties of surfaces, interfaces and finite size systems
- Bouwman - UL - Homogeneous oxidation of alkyl aromatics and olefins using
manganese or iron catalysts
- Jérôme - UvA - Understanding interfacial glass dynamics
(Bron: Persbericht van NWO, helaas niet meer on-line.)
- Meervoud
Het programma Meervoud (MEER Vrouwelijke Onderzoekers als UD) wil bereiken dat tussen
nu en 2005 dertig tot veertig vrouwen aan de universiteit naar een hogere
wetenschappelijke positie doorstromen.
Meervoud kent twee constructies. .Het Meervoud programma wordt mogelijk na 2005 met vijf
jaar verlengd.
- VALUE
(Vrouwelijke Aard- en Levenswetenschappelijke UD's Extra )
NWO persbericht van 26 oktober 1999. Value is in Meervoud opgegaan
- Vernieuwingsimpuls
Aantal aanvragen: 154
Aantal aanvragen van vrouwen: 30 (19%)
Aantal toegekende aanvragen: 43 (23%)
Aantal toegekende aanvragen van vrouwen: 4 (9%)
(Bron: artikel
van Maaike Meijer in Observant.)
Het evaluatie.pdf bestand met de resultaten van de eerste ronde
is bij NWO helaas niet meer on-line.
- Algemene stand van zaken
1996
- Percentage vrouwelijke studenten: 46%
- Percentage vrouwelijke aio's: 36,3%
- Percentage vrouwelijk tijdelijk personeel: 33%
- Percentage vrouwelijke UD's: 18,9%
- Percentage vrouwelijke UHD's: 7,2%
- Percentage vrouwelijke hoogleraren: 4,6%
(Bron: Barbara van Balen en Agneta Fisher: De universiteit als modern mannenklooster.)
2000
- Percentage afstuderende vrouwen: 54%
- Percentage vrouwelijke aio's: 30 - 38%
- Percentage vrouwelijke UD's: 22%
- Percentage vrouwelijke UHD's: 10%
- Percentage vrouwelijke hoogleraren: 7%
Toename 1990 - 1998
- vrouwelijke hoogleraren:
van 63 naar 133 (in fte).
- vrouwelijke UHD's:
van 144 naar 214.
Het aantal mannelijke hoogleraren was 2341 en het aantal mannelijke UHD's 2409.
Prognoses
- Tekort aan wetenschappelijk personeel in 2003: 1294 fte (5,4%)
- Tekort aan wetenschappelijk personeel in 2008: 2886 fte (12,1%)
(Blijkt uit CPB-onderzoek De Arbeidsmarkt voor wetenschappelijke onderzoekers.)
Citaat uit dit CPB-rapport:
Er is onder de cohorten aio's en oio's tot 29 jaar en onder de cohorten
meer ervaren onderzoekers tot 34 jaar, maar ook daarboven,
een aanzienlijk aantal talentvolle vrouwelijke onderzoekers.
Over aio's en oio's per HOOP gebied
- Landbouw en natuurlijke omgeving:
- geen verschillen mannen en vrouwen; wel jonger
- minder vaak blijven zitten en minder vaak een HBO-diploma
- gemiddeld 0,4 punt hoger op eindexamenniveau
- gemiddeld 0,3 punt hoger in studie
- aio's beoordelen aansluiting opleiding werk beter en zijn minder vaak op zoek naar andere baan
- schrijven minder sollicatiebrieven en voeren minder sollicitatiegesprekken, vinden sneller een baan.
- hebben lagere verwachtingen over hun financiële positie over 5 - 10 jaar.
- Natuur
- aio's vaker man en jonger
- minder vaak blijven zitten en minder vaak een HBO-diploma
- gemiddeld 0,5 punt hoger op eindexamenniveau
- gemiddeld 0,4 punt hoger in studie
- aio's beoordelen aansluiting opleiding werk beter en zijn minder vaak op zoek naar andere baan
- hebben lagere verwachtingen over hun financiële positie over 5 - 10 jaar.
- Techniek
- aio's vaker man (niet in '97-'98) en jonger
- minder vaak blijven zitten en minder vaak een HBO-diploma
- gemiddeld 0,4 punt hoger op eindexamenniveau
- opleidingsniveau en inkomen van ouders is hoger (bij aio's en bij studenten met promotieplannen)
- gemiddeld 0,3 punt hoger in studie
- aio's beoordelen aansluiting opleiding werk beter en zijn minder vaak op zoek naar andere baan
- hebben lagere verwachtingen over hun financiële positie over 5 - 10 jaar.
- Andere HOOP-gebieden zijn: economie, recht, taal en cultuur, gedrag en maatschappij, gezondheid.
Leeftijd speelt in Nederland een belangrijke rol bij het vinden van een aio- of oioplek.
De kans op een aoi- of oioplek daalt met 1 tot 1,5 'procentpunt' (?) met elke maand.
Vrouwen geven zichzelf een lagere kans op een doctorsgraad dan mannen. Dit kan niet worden verklaard door verschillen in prestaties.
Promovendi omschrijven zichzelf vaak als rationele, analytisch ingestelde denkers en zijn zijn introverter dan gemiddeld.
In 1994-1995 hadden mannen i.h.a. meer kans om aio te worden dan vrouwen (bijna 5 procentpunt meer). Daarna is dit verschil verdwenen.
(Bron: Dr. B.E. van Vucht Tijssen (2000) Talent voor de Toekomst, Toekomst voor Talent (niet meer online). Word bestand, 131 pagina's, 965 kB. Ministerie van Onderwijs 2000. Bij sommige onderzoeken die in dit rapport voorkomen werden alleen opleidingen met minimaal 200 afgestudeerden per cursusjaar bekeken.
- VSNU arbeidsmarktmonitor
Vrouwen hebben net zo veel kans als mannen op een baan op WO-niveau. Zij verdienen per uur echter minder dan mannen, ook als men rekening houdt met diverse factoren. Leeftijd speelt ook een belangrijke rol: hoe ouder men is, hoe moeilijker men een baan vindt.
(Bron: VSNU Persbericht 21 december 1999.)
Overigens is uit onderzoek gebleken dat vrouwelijke Ph.D.'s het buiten de universiteiten in het algemeen een stuk beter hebben dan aan de universiteiten (Wennerås en Wold (1997) Nepotism and Sexism in Peer-Review. Nature, 387(22 May). 341-343.)
- Stand van zaken bij aardwetenschappen
In 1999 waren er bij Nederlandse universiteiten en instituten 213 aardwetenschappers in dienst (UD's, UHD's, hoogleraren).
Daarvan waren er 5 vrouw. Deze waren allemaal UD.
(Bron: KNGMG | ALW | Nieuwsbrief in 1999.)
Schlumberger
1994: 6% vrouwen in een hogere positie ('exempts'= zelfstandig werkende vrouwen) (1022 vrouwen op 17081 werknemers)
2000: 12% vrouwen in een hogere positie ('exempts') (3080 vrouwen op 256540 werknemers)
Streven: 20% van de exempts is vrouw en 20% van de managers is vrouw in 2005.
(Bron: GAIA Nieuwsbrief, april 2001)
Shell
Bij Shell Exploration and Production Operating zijn wereldwijd tussen de 9 en 23% vrouwen werkzaam.
Internationaal aardwetenschappelijk personeel: 12%.
Nederland: ongeveer 20 vrouwen op ongeveer 330 werknemers (6%), waarvan 10 ouder dan 40.
Groot-Brittannië: ongeveer 30 vrouwen op ongeveer 240 werknemers (12,5%).
Senior executives: in 1997 was 4% vrouw en in 1999 6%.
Gemiddeld 10% van de open sollicitaties die Shell ontvangt is van vrouwen afkomstig. Er studeren gemiddeld 30% vrouwen af in technische en aardwetenschappelijke opleidingen.
(Bron: GAIA Nieuwsbrief, april 2001)
"In 1972 werkten er bij Shell twintig vrouwen met hogere opleidingen; in de zogenaamde engineering professions was er niet één. ... eind 1981 waren er 63 vrouwen met hogere opleidingen in dienst."
(Bron: Artikel van Jacqueline Wesselius in Opzij, Januari 1988, 47-49)
- Loopbaanverwachtingen
Uit onderzoek onder de aio's aan de UvA blijkt het volgende.
Een kwart van de aio's wil hoogleraar worden. Daarin verschillen mannen en vrouwen niet.
Maar:
- 14% van de mannelijke promovendi verwacht hoogleraar te kunnen worden
- 0% van de vrouwelijke promovendi verwacht hoogleraar te kunnen worden
Daarbij ligt het percentage vrouwelijke hoogleraren bij de UvA hoger dan het landelijke gemiddelde (cijfers UvA 1999):
- Percentage vrouwelijke hoogleraren: 10%
- Percentage vrouwelijke UHD's: 14,6%
- Percentage vrouwelijke UD's: 27,2%
- Percentage vrouwelijke promovendi: 41%
- Percentage vrouwelijke studenten: 53%
(Bron: Stichting de Beauvoir. Uit: Ariana Need, Jelle Visser en Agneta Fischer:
Kansloze ambities? Sekseverschillen in ambities, verwachtingen en inspanningen
van promovendi aan de Universiteit van Amsterdam. Nog niet gepubliceerd.)
- Kritische massa bij aardwetenschappen nog lang niet
bereikt
De kritische massa waarbij vrouwen invloed beginnen te krijgen en dingen kunnen beginnen te
veranderen, wordt wel op 15% geschat. Bij wetenschappers aan de universiteit blijkt
15% vaak
nog te weinig te zijn. Bijvoorbeeld omdat er dan vaak nog een tweedeling in generaties is,
waarbij de ene generatie qua denkpatronen meer bij de oudere mannen past.
(Bron: Macfarlane, A. en Luzzadder-Beach, S. (1998) Achieving equity between women and men
in the geosciences. GSA Bulletin, 110(12), 1590-1614.)
Volgens het eindrapport van de ALW-commissie Verbetering positie vrouwen in het onderzoek ligt de kritische massa bij tenminste 20% vrouwen in de vaste hogere posities.
- De lekkende pijplijn bij aardwetenschappen
Volgens het eindrapport van de ALW-commissie Verbetering positie vrouwen in het onderzoek
lijkt het geringe aantal vrouwen dat werkzaam is op hogere posities binnen de
universiteiten het
gevolg van de universitaire cultuur. De starre aard van het Nederlandse academisch systeem
heeft geleid tot een ondervertegenwoordiging van vrouwen.
De initiatieven om het aantal
vrouwen te verhogen zouden in de afgelopen 25 jaar een toename van tenminste 20 to 25%
tot gevolg moeten hebben
gehad
(afgeleid van wat er in Europa en de rest van de wereld is gebeurd).
In Nederland is het percentage vrouwen in de wetenschap in de laatste 25 jaar zo goed als
onveranderd gebleven.
Hiervoor zijn allerlei redenen te bedenken, zoals het stereotyperen van vrouwen als minder
ambitieus en minder productief, maar ook de gesloten academische cultuur en omstandigheden
die voor vrouwen belemmerend werken. En de starre houding: Wie zich niet kan aanpassen aan
de bestaande cultuur, heeft hier niets te zoeken.
Historisch gezien werd het mannelijke altijd met het wetenschappelijke gelijkgesteld en het vrouwelijke aan een gebrek aan objectiviteit en het onwetenschappelijke. Daardoor werden vrouwen openlijk geweerd bij een groot deel van de natuurwetenschappen. Maar toch is het raar dat 250 jaar na de Verlichting en 150 jaar na het Victoriaanse tijdperk vrouwen nog steeds me subtiele symbolische discriminatie worden geconfronteerd. Aldus het rapport.
Gegevens uit dit rapport (voor aardwetenschappen):
- Percentage vrouwelijke hoogleraren: 0%
(gegevens ARA-KNAW 1999);
- Percentage vrouwelijke UHD's: 0%
(gegevens ARA-KNAW 1999);
- Percentage vrouwelijke UD's: 7%
(gegevens ARA-KNAW 1999);
- Percentage vrouwelijke postdocs: 28%
(in 1998 via SLW of GOA aangesteld)
- Percentage vrouwelijke promovendi: 40%
(in 1998 via SLW of GOA aangesteld)
- Percentage vrouwen in ALW-commissies en bestuur in 1999: 7%
- Honoreringspercentage onderzoeksvoorstellen van vrouwen in 1998: 9%
- Honoreringspercentage onderzoeksvoorstellen van mannen in 1998: 23%
Citaat: Een verschil in honoreringspercentages, zoals bij ALW, wijkt af van wat er
gangbaar is binnen NWO.
Zie ook "Women in science and
humanities: The difference that makes the difference." (NGW-Utrecht report, 24 pagina's,
was pdf format, 148 kB, niet meer online op AWT site)
- Iedereen hoogleraar? Hoogleraarschap m/v in de eenentwintigste eeuw
Onder die titel vond op donderdag 30 mei 2002 in Amsterdam het eerste symposium van de stichting Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren plaats.
De eigenaar van SmarterScience was daarbij aanwezig en schreef een verslag in NIMFormatie, de nieuwsbrief van de Stichting NIMF.
- Stichting NIMF
Het derde lustrumsymposium van de Stichting NIMF vond plaats op 2 november 2002 en had als thema Bètavrouw en carrière.
- Stichting GAIA
Zie website van Stichting GAIA en
informatie over het symposium
Genderdynamiek in de geowetenschappen.
back to the top
previous page
© SmarterScience http://www.smarterscience.com
Most recent changes to this page:
April 8, 2008
|
|
|